 |
| Pevensey Castle |
Een nieuwe rijdag breekt aan, meteorologisch prettiger dan de vorige. Het plan is om in alle rust westwaarts te rijden en daarbij vooral ook een stukje langs de kust te gaan. Als we weggetjes met wat minder heggetjes kunnen vinden, zoveel te beter.
Dat laatste blijkt nog niet mee te vallen. Als je een ouderwetse (goede) autoroutekaart koopt, willen daar de wegen met mooi uitzicht nog wel eens op gemarkeerd zijn, maar ook wij zijn dat stadium inmiddels gepasseerd en verlaten ons uitsluitend op elektronische hulpmiddelen: te weten, een combinatie van Google Maps op de telefoon van Margrieta en de routewijzer in de auto. Die hebben beide hun voordelen, maar als het gaat om de natuurschoonste route kunnen we niet veel meer doen dan aangeven dat we snelwegen willen vermijden, en tussenstops uitzoeken die in een AONB liggen. Vervolgens moet je afwachten waar je langs gestuurd wordt, en dat zijn dan soms weggeTJES met HEGGEN, waar je blij bent dat niet veel anderen op het dwaze idee zijn gekomen om snelwegen te vermijden.
 |
| Rommelwinkeltje in Arundel |
Na een paar uur op die manier door het landschap geslingerd te hebben zonder er veel van te hebben kunnen zien houden we halt in Arundel, een plaatsnaam die wat associaties laat opborrelen uit hetzelfde grijze verleden als dat waarin ik tussen de Hengestones dartelde. Ja, er was iets met een kasteel, en volgens mij ook met een werkstuk voor de lagere school, of was dat nou Chichester? Op dit moment gunnen we ons niet de tijd, en heb ik trouwens ook iets teveel last van mijn kuit, om er werk van te maken; we laten het bij de lunch-scone in net zo'n petieterig theekamertje als gisteren in Bradford, hoewel met een iets meer op menselijke maat gesneden deeurhoogte. Tegenover het kasteel, dat wel, en dat ziet er eigenlijk aanlokkelijk uit, maar na enige aarzeling rijden we toch maar verder.
 |
| Negentiende-eewse badplaatsarchitectuur |
We mikken op de kust, en bij Worthing bereiken we die. De A-weg die erlangs voert is niet persé bedoeld als toeristische route, maar is daar wel redelijk geschikt voor, mits je geen haat hebt - en dat hebben we niet. Bij Brighton wordt allengs meer beroep gedaan op ons gebrek aan haast, tot we bij de pier (een onaantrekkelijk uitziend betonnen geval dat uitmondt in een pretpark) tegen een wegblokkade aanrijden die ons rechtsomkeert dwingt en een klein uur stop-and-go bezorgt. In de negentiende eeuw zal het een mondaine badplaats geweest zijn, een deel van de architectuur aan de boulevard getuigt daar nog van, maar net als elders in Engeland maakt het nu allemaal een nogal sjofele indruk. Is het Covid, is het Brexit? How the mighty have fallen...
 |
| Zoek de pillboxes |
Na Brighton rijden we langs de kust door naar de enige geplande toeristische stop van vandaag, het kasteel bij Pevensey. Daarmee zijn we weer in de tijd van Willem de Veroveraar beland. We komen er om 16:45 aan, bij een sluitingstijd van 17:00: net op tijd om nog binnengelaten te worden (dankzij ons English Heritage-lidmaatschap) maar te laat om nog rustig alles te bekijken. We lezen dat hier ook tijdens WO II soldaten gestationeerd zijn, en er moeten pillboxes (kanonniersposten) ingericht zijn die voor de Duitsers niet te onderscheiden waren van een 11e-eeuwse kasteeruïne. Wij onderscheiden ze helaas ook niet. Als het kwartier om is verlaten we braaf het complex.
 |
| Proost |
Het is nog anderhalf uur rijden naar Canterbury, waar we de laatste twee nachten geboekt hebben in hetzelfde hotel als waarnaar we de eerste avond verhuisd zijn (na verjaagd te zijn door een huilende baby aan de andere zijde van de muur van het oorspronkelijke geplande). Het hotel heeft een eigen parkeerplaatsje, maar helaas is dat vol; na er wel de koffers uitgeladen te hebben zetten we de auto in dezelfde parkeergarage als de eerste nacht. De vakantie begint zich te sluiten!
Voor de evensong zijn we opnieuw te laat, maar dat komt morgen. We zoeken een Indisch restaurant voor het voorlaatste avondmaal. De eerste poging leidt naar een etablissement met luide live-muziek; daar zitten we niet op te wachten. Poging twee brengt ons naar een vrijwel leeg en sfeerloos, maar wel rustig lokaal waar een groot gezin, kennelijk familie van de eigenaars, het enige andere leven in de brouwerij brengt. Het eten is evenwel uitstekend, en na in de bar van het hotel nog een cocktail genoten te hebben die deel blijkt uit te maken van ons geboekte pakket trekken we ons voldaan terug op onze, ook uitstekend aandoende, kamer.
Reacties
Een reactie posten