Zaterdag 5 augustus: AONB

Bibury, Cotswolds
Ons hotel, de Abbey Mead, ontpopt zich als het slechtste dat we ooit meegemaakt hebben, niet alleen deze vakantie maar in onze totale collectieve herinnering. Dat ligt niet aan de locatie of aan het personeel, maar aan het gebouw en de inrichting. Te beginnen met een bed dat alleen door heel magere mensen voor tweepersoons zou worden aangezien, en waarvan het matras vele graden te zacht is en een kuil vertoont ter grootte van een archeologische opgraving. Tot zover helaas niets unieks, dit hebben we allemaal al wel eens ondergaan, hoewel niet persé in deze mate of deze combinatie. Wel bijzonder is dat het bed aan het hoofdeind een kleine tien centimeter lager is dan aan het voeteneind, tengevolge van een vergelijkbaar gebrek aan horizontaliteit van de vloer. Waar het hotel zich tenslotte het meest door profileert is de kwaliteit van de waterleiding, met name van de stortbakken van de toiletten van de buren: deze veroorzaken een geraas zonder weerga, waarbij je nog net niet verbaasd bent dat je zelf droog blijft.

Hier moet het geweest zijn
Het moge duidelijk zijn dat de nachtrust niet best was, en we er vroeger uit zijn dan oorspronkelijk de bedoeling was. Zelf drie keer doortrekken in plaats van één geeft amper voldoening, en een best redelijk ontbijt kan het gebrek aan nachtrust ook niet ongedaan maken. Het helpt verder niet dat het weer zich meer dan netjes aan de voorspelling houdt: de beloofde regen komt met groot enthousiasme naar beneden.

Het is vakantie! We maken er het beste van. Dat houdt in ieder geval in dat we (om mijn nieuwsgierigheid te bevredigen) in ieder geval nog even een blik gaan werpen op wat nu Shrewsbury Abbey heet. Dit blijkt een flink uit de kluiten gewassen kerk te zijn, die er volgens opschrift inderdaad sinds 1083 staat, en de relieken van Sint Winifred herbergt die de kloosterlingen in het allereerste boek ergens uit Wales importeren. De ruimte ten zuiden van de kerk waar zich destijds het eigenlijke klooster bevond is verworden tot parkeerplaats en supermarkt. Sic transit gloria mundi: waar onze auto nu staat, maakte Cadfael wellicht zijn kruidenzalfjes en -drankjes klaar!

Met dat in ieder geval binnen ondernemen we weer een lange rit, naar het veel zuidelijker gelegen Bath. Als enige andere halte onderweg willen we een dorpje in de Cotswolds aandoen. Net als de Yorkshire Dales is/zijn de Cotswolds een AONB, oftewel Area of Outstanding Natural Beauty; en kennelijk is dit gebied lange tijd zo arm geweest dat er sinds de middeleeuwen geen geld was voor renovatie of nieuwbouw. Als je maar lang genoeg wacht, wordt armoede pittoresk. Er zijn best veel van die dorpjes, maar onder de versimpelende aanname dat je ze allemaal gezien hebt wanneer je er één gezien hebt, en gezien het weinig inspirerende weertype, besluiten we ons te beperken tot Bibury.

Boating House
Die keus blijken er meer gemaakt te hebben. We rijden vele kilometers over relatief rustige weggetjes met heggetjes, totdat we vrij plotseling op de plaats van bestemming blijken terug te zijn in het deel van Engeland dat door Japanse touroperators wordt aangedaan. Met wat geluk vinden we fluks een parkeerplaats. De enige tea room die het dorpje rijk was heeft Covid niet overleefd, maar er is wel een soort van bakkertje waar we ons kunnen versterken met een tosti plus koffie. Daarna maken we te voet een rondje, snappen waarom dit pittoresk is, maar zien geen reden om er lang rond te hangen nadat we dat gesnapt hebben. Over een charmant op instorten staand huizenrijtje valt nu eenmaal minder te zeggen dan over een groots al ingestort kasteel.

Bootje huren?
De verdere rit naar Bath is wat droger, en af en toe, als de heggetjes laag genoeg zijn, wordt ons een blik gegund op de Outstanding Natural Beauty. In Bath hebben we voor twee nachten een appartementje gehuurd in het Boating Station. Zoals de naam doet vermoeden kan je er bootjes huren, ook dineren, maar wij komen hier vooral om te slapen. Margrieta loopt naar het nabijste winkeltje, ik probeer de tot zorgwekkende achterstand gekomen blog een beetje bij te krijgen, en we gaan vooral tijdig naar bed - na dat met behulp van plankjes iets horizontaler te hebben gezet, want óf ons eigen gevoel voor evenwicht is nu permanent verstoord óf ook bij dit bed loopt het bloed spontaan naar je hoofd.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Donderdag 27 juli: Muren en treinen

Dinsdag 8 augustus: Schluss

Vrijdag 4 augustus: Op bezoek bij Cadfael